Geonet, de Limburgse Mergelgroeven website van Ed Stevenhagen herboren als WWW.SINTPIETERSBERG.COM

Afbeelding
De Limburgse mergelgroeven website van Ed Stevenhagen herboren als WWW.SINTPIETERSBERG.COM In 2014 werd de website van wijlen Ed Stevenhagen door een paar vooruitziende berglopers met een ICT achtergrond in zijn totaliteit gekopieerd middels de HTTrack tool. Het oorspronkelijke webadres was toen http://estevenh.home.xs4all.nl/geonet/ Dat kopiëren bleek een slimme zet, want kort na het onverwachte overlijden van Ed Stevenhagen werd heel die website van internet verwijderd door Xs4all, waar deze destijds gehost werd. Een schat aan informatie ging daarbij verloren. Je zou zelfs kunnen stellen dat het huidige spuitbus kleurencircus cultuurbarbarisme van Ternaaien-Beneden een direct gevolg is van het verdwijnen van Geonet, omdat nieuwe berglopers of urbexers de plattegronden niet kunnen vinden. Vandaag is daar een eind aan gekomen. De site werd van een nieuwe hostname voorzien, de dode links werden hersteld, de oorspronkelijke verwijzingen aangepast en terug geüpload naar ...

Over de Romeinse groeve Herkenberg in Meerssen

Al jarenlang verspreiden leden van de Studiegroep Onderaardse Kalksteengroeven, dat deel uitmaakt van het Natuurhistorisch Genootschap in Limburg (NHGL) aka SOKNHGL, de leugen dat er geen ondergrondse Romeinse activiteit in Limburg zou zijn geweest.

 "Absoluut niet!"



Door Ed Stevenhagen 


C170 - GROEVE HERKENBERG TE MEERSSEN

De groeves Herkenberg bestaan uit een aantal kleine maar zeer oude groeven die bij toeval werden ontdekt in 1891. De plattegronden hebben, net als de vuursteenmijnen van Rijckholt de vorm van een klaverblad. De groeven bevinden zich onder het spoor Maastricht-Valkenburg, tussen km 30.1 en km 30.45.

De tekst is gescand en m.b.v. OCR overgenomen en nabewerkt door E.Stevenhagen. De tekst is als pagina opgenomen op de internet-site Limburgse Mergelgroeven

Natuurhistorisch Maandblad,

26e jaargang, no 12, pag 133-137. Maastricht, 31 december 1937.

Verslag van de maandelijksche vergadering op woensdag 1 dec 1937.

Tenslotte deelde spr. een en ander mede over de waterbeweging door het krijt, als onderdeel van een geo-hydrologisch onderzoek van Zuid-Limburg (ingesteld door de N.V. Waterleiding Mij. voor Zuid-Limburg, onder medewerking van het Geologisch Bureau en het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening ). Daarbij is onder meer aandacht besteed aan het voorkomen van eventueele holle ruimten van natuurlijken oorsprong (karst) in het krijt.

In dit verband deelde spr. het een en ander mede over instortingen, die zich reeds in 1853 bij den aanleg van den spoorweg Aken-Maastricht, onder Meerssen, nabij den Herkenberg hebben voorgedaan, doch in nog veel sterkere mate in het jaar 1891, toen smeltende sneeuwmassa's den spoorweg overstroomden en instortingen veroorzaakten.

Op grond van oude bescheiden van de "Grand Central Belge" - welwillend ter inzage verstrekt door de Nederlandsche Spoorwegen (vooral door toedoen van ir. Martens alhier) - kan ik de volgende details mededeelen.

Ten behoeve van het onderzoek van de geconstateerde instortingen zijn in 1891 door de genie eenige schachten gemaakt tot in het krijt en eenige gangen gemineerd tot ter plaatse van de instortingen, een en ander zooals op bijgaande teekening is aangegeven. Daarbij bleek, dat de voornaamste instorting aangeduid met I - was veroorzaakt door het bezwijken van het koepelvormige dak van een manshooge, groote, holle ruimte in het krijt, die had bestaan uit een centrale ruimte met een ring van rozetvormig daaromheen gegroepeerde kamers. Op een punt bleek een verbinding te bestaan met een ongerepte, nevenliggende, soortgelijke kamer, waarvan de oorspronkelijke toegangsschacht nog duidelijk te herkennen was. Door de duidelijke sporen van het pikhouweel op de wanden kwam onomstootelijk vast te staan, dat men hier niet met natuurlijke holten te doen had, doch dat hier - voor menschenheugenis - opzettelijk door menschenhand vervaardigde holen moest betreffen, waarvan de bedoeling voor loopig in het duister lag.

Daar spr. ter oore kwam, dat Pastoor Habets destijds bij een en ander betrokken was geweest, was het mogelijk een desbetreffend artikel te achterhalen van dezen schrijver, opgenomen in de Verslagen en Mededeelingen der Koninklijke Academie van Wetenschappen over 1892, Afd. Let terkunde, 3e Reeks IX bl. 259.

Hij deelt daarin mede, dat de oorspronkelijke inhoud van deze holle ruimten niet was :

"samengesteld uit vasten steen, die gezaagd kan worden, maar uit steenblokken en blokjes, die de blokbrekers de Crauberger noemen en die tusschen een soort van mergelkalk liggen, veel gelijkende op wit zand, maar kleverig en vettig gelijk klei, welke losse mergel door de steenbrekers aardmergel of vette mergel wordt genoemd."

Voorts wijst Habets er op, dat de sporen van bikkel en stootijzer overeenkwamen met die op de grootere, bezaagde mergelblokken van de door hem in 1865/66 onderzochte resten van de Romeinsche villa op den nabijen Herkenberg. Indien de steenen uit de onderhavige holen naast de opgegraven resten van de villa werden gelegd, bleek onderscheiding niet mogelijk. De vraag bleef dus nog, wat met de honderden karrevrachten "aardmergel " - die uit de holen waren verwijderd - is geschied.

Te dien aanzien veronderstelt Habets, dat deze voor de bemesting (kalking) van zure gronden is gebruikt en laat dit niet bij een veronderstelling, doch maakt dit als volgt zeeraannemelijk.

Hij wijst er op, dat de Romeinen zulke meststof marga (mergel) of marna (Fransch marne) noem den en gaat voort:

" Marga " - zegt het woordenboek van For cellini -est vox gallica et britannica, qua signi ficatur genus terrae in modum cretae albae, qua rustici utuntur ad agros stercorandos. Videtur ea dem fuisse ac fossicia creta, qua Terentius Varro lib. I de Re rustica narrat in Gallia ad Rhenum stercorari agros.

(Vertaling Archeoloog Sint Pietersberg):

"Marga" is een Frans en Brits woord dat een soort grond aanduidt die lijkt op witte krijtgrond, die boeren gebruikten om hun velden te bemesten. Het lijkt dezelfde grond te zijn geweest als de krijtputten waarmee Terentius Varro in Boek I van de 'Landelijke Zaken' beschrijft dat de velden in Gallië langs de Rijn werden bemest.

Ziehier nu wat deze M. Terentius Varro in zijn boek over den akkerbouw een zijner "inter locutores" namelijk Scrofa in den mond legt:

"In Gallia transalpine ad Rhenum, cum exercitum du cerem, aliquot regiones accessi, ubi nec vites, nec olea, nec poma nascerentur, ubi agros stercorarent candida fossicia creta : ubi salem nec fossicium nec maritimum haberent, sed ex quibusdam lignis combustis carbonibus salsis pro eo utuntur".

(Vertaling Archeoloog Sint Pietersberg):

"In Gallië, aan de andere kant van de Alpen tot aan de Rijn, kwam ik, toen ik een leger aanvoerde, in gebieden waar geen wijnstokken, olijven of appels groeiden, waar de velden werden bemest met witte kalk uit de steengroeve: waar men geen steengroevezout of zeezout had, maar in plaats daarvan gezouten houtskool gebruikte van bepaalde verbrande bossen."

Dit land, waar men de akkers met uit den bodem gegraven krijt of kalk bemestte, lag volgens Varro, ver van de zee en ook ver van alle onderaardsche zoutmijnen, in een streek van Gallia Transalpina, niet ver verwijderd van den Rijn.

Deze tekst belet niet, dat wij hier aan den Beneden-Rijn en aan Limburg denken, te meer, omdat Plinius in zijne Historia naturalis iets dergelijks over zulke bewerking bij de Ubii meedeelt.

Plinius spreekt in boek XVII 6, 7 en 8 over het mergelen en kalken van den grond. Hij verhaalt, dat dit gebruik in zijn tijd hoofdzakelijk in Galli‰ en Britanni‰ plaats vond, waar een meststof onder den naam van mergel (marga) voorkomt. Zelfs de oude Grieken, zegt hij, kenden den aardmergel onder den naam van Leucargillos, die te Megara werd gevonden. Niet zelden werd hij gelijk de ertsen uit den grond gehaald langs putten, die soms honderd voeten, diep waren."

Habets volstaat echter niet met deze argumen teering, doch meent ten overvloede nog een andere bewijsgrond te zien in de benaming van Meerssen zelf:

"Hierboven hebben wij namelijk gezegd, dat het dorp Meerssen reeds ten tijde der Karolingsche koningen bekend was. Het droeg toen den naam van Marsana, Marsna en Marsa.

In 847 vergaderden "secus municipium Trajectum in loco qui dicitur Marsna" de drie gebroeders keizer Lotharius 1, Lodewijk 1, koning van Duitschland en Karel de Kale, koning van Frankrijk, om vrede te sluiten en zich te verbinden tegen de Noormannen.

Na den dood van Lotharius vergaderden in 870, de twee overgebleven broeders nogmaals in de nabijheid van Marsna "in procuspide Mosae " en verdeelden er het rijk. Karel vertoefde toen te Herstal en Lodewijk te Marsna ( Mir. op. dipl. I ), in welke laatste plaats de annalen van St. Bertin op het jaar 851 een "palatium regium" aanwijzen.

Dit "palatium" werd in 968 door Gerberga, koningin van Frankrijk en zuster van keizer Otto I aan de abdij van St. Remigius te Rheims geschonken en is er tot in de XVllde eeuw aan gebleven. De schenkster zegt, dat dit palatium of keizerlijke palts zeer uitgestrekt was:

"habens mansos LXXXII cum perris videlicet cultis et incultis, silvis, pratis, vineis et pascuis, campis, molendinis, aquis, aqua rum decursibus, exitibus et regressibus".

(Vertaling Archeoloog Sint Pietersberg):

"bestaande uit 82 landgoederen met bebouwde en onbebouwde gronden, bossen, weiden, wijngaarden en graslanden, velden, molens, wateren, waterlopen, in- en uitgangen".

Deze grondbezitting schijnt in den loop der tijden bijna onveranderd te zijn gebleven, want toen in 1797 de proostdij werd opgeheven, was zij in bezit van ongeveer 200 bunders grond, waartoe ook de Her kenberg, met de Romeinsche villa en de mergelputten behoorden.

De villa Meerssen droeg evenwel ook nog een anderen naam, namelijk die van Marna. Deze had met het woord Meerssen, Marsana, Marsna en Mersena maar weinig betrekking en schijnt een geheele andere afleiding te hebben.

Wij meenen dat deze plaats twee namen had, namelijk een Romaansche en een Dietsche.

De naam Marna komt voor in een charter van Keizer Koenraad uit 1145 ( Cart. Praep. Meersensis ), verder in een van keizer Frederik I uit het jaar 1152. In dit laatste wordt gesproken van curia Marnensis.

In 1190 spreken de monniken van Rheims van hun "Praepositus Marnensis" en hun "decimae in Marna". Ook nog in latere akten gebruiken de Fransche monniken bij voorkeur het woord Marna voor Meerssen of Marsana.

Zooals men ziet, komt het woord Marna niet voor in de oudst bekende akten, maar dit bewijst niet, dat het in de oudheid onbekend was. Wij vermoeden integendeel, dat deze naam zeer oud is en reeds bij de Romeinen in gebruik was. Meerssen bezat dus in zeer oude tijden twee verscheidene namen Marsna of Marsana en Marna. Marsana of Marsna kan men afleiden van maars of meersch, dat is: broekgrond. Dit dorp ligt dan ook in een moerassig dal en was vroeger bekend door zijn ongebaande wegen en uitgestrekte moerassen.

Marsana is dus een Dietsche naam. Marna integendeel beteekent heel wat an ders ; het is in Gallisch-Romaansche taal de benaming van onzen mergel of aardmergel .

"Marne zegt het woordenboek van Littre - est un melange naturel en des proportions variables, de calcaire et d'argiles, auxquels se -trouve toujours a joute un peu de sable et qui est propre 'a amender et a en graisser certaines terres...... Une marniere est une carriere a marne. Le mot marne en wallon mare, Namur manle, en picard marle et merle, haut normand malle ou male, en italien marga, en basbreton marga, irlandais marla, allemand m'ergel, suedois moergel vient du mot gaulois marga. On le trouve dans Pline ".

(Vertaling Archeoloog Sint Pietersberg):

"Marne is volgens het woordenboek van Littre een natuurlijk mengsel, in wisselende verhoudingen, van kalksteen en klei, waaraan altijd een beetje zand wordt toegevoegd, en dat geschikt is voor het verbeteren en verrijken van bepaalde grondsoorten... Een marniere is een mergelgroeve. Het woord marne in het Waals mare, Namen manle, in het Picardisch marle en merle, Opper-Normandisch malle of male, in het Italiaans marga, in het Bretons marga, in het Iers marla, in het Duits m'ergel, in het Zweeds moergel komt van het Gallische woord marga. Het komt voor bij Plinius."

Dit alles doet ons denken, dat te Meerssen de handel in mergel zoo uitgestrekt is geweest, dat zelfs het dorp in de twaalfde eeuw nog naast dien van Marsana of Mersen ook den naam Marna of Marne droeg. "

Het betoog van Habets lijkt spr., alles samengenomen, zeer overtuigend. Een tegen-argument, als zouden de Romeinen toch wel verstandig genoeg zijn geweest, de mergel op gemakkelijker wijze te winnen in de steile krijtwanden bezuiden de Geul, wordt n.m.m. voldoende weerlegd door de overweging, dat het Geuldal destijds (zooals Habets ook uit de Dietsche benaming afleidt) zeer moerassig was en wel geen dwarswegen zal hebben bezeten.

In ieder geval is door kennisneming van de bescheiden van 1891/92 komen vast te staan, dat de onderhavige holle ruimten in het krijt door menschenhand zijn ontstaan en dit was juist, wat ons in het verband van het geo-hydrologisch onderzoek het meest interesseerde.

Aannemelijk is, dat een instorting nabij de Ijzeren Kuilen in Rothem (vele jaren her) op gelijksoortige wijze ontstaan is.

Van natuurlijken oorsprong zal echter wel zijn geweest een ver beneden den grondwaterspiegel op 28 meter diepte aangeboorde holle ruimte, bij een boring aan de Koedreef onder Amby, waar bij de opvulling van het boorgat een hoeveelheid van 28 m3 grind in een verwijding van het boorgat verdween. Wellicht is hier dus een holle storingsspleet aangeboord, waarvan het voorkomen als "dalscheur " geenszins onaannemelijk zou zijn.

Verder zijn ons echter nimmer natuurlijke holle ruimten van beteekenis in het Zuid-Limburgsche krijt ter oore gekomen. De voornaamste bedoeling van deze mededeeling is geweest, de belangstelling te richten op het eventueel voorkomen daarvan, onder vriendelijk verzoek desbetreffende wetenswaardigheden wel ter kennis van spr. te willen brengen.


Ed.Stevenhagen@net.HCC.nl Velddreef 293 Zoetermeer, Tel 079 - 3416885

Dit artikel is een kopie van

https://web.archive.org/web/20120122202800/http://estevenh.home.xs4all.nl/geonet/index1.html

Ten behoeve van het verbeteren van de Google zoekresultaten.


Archeoloog Sint Pietersberg 

Reacties

Populaire posts van deze blog

Over nep geschiedenis bij Dagblad De Nieuwe Ster van Maastricht

Over duistere zaken in de Sint Pietersberg

Wat doet bloedrode Silex in Ternaaien-Beneden?